HOME

  INTRO

  BASSETEERS

  HET RAS

  HISTORIE

  GEDRAG

  GEZONDHEID

  UITERLIJK

  VERZORGING

  INFO

  CONTACT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bassetkruik.jpg (26657 bytes)

 

DE BASSET HOUND :  GEZONDHEID

De kortbenigheid van de Basset Hound wordt veroorzaakt door een afwijking in het kraakbeen, dat bekend staat onder de naam chondrodysplasie. Hierbij valt het gen dat voor normale groei van de beenderen zorgt uit. Een gevolg hiervan is dat de kwaliteit van de tussenwervelschijven minder is dan bij normaalbenige honden, zodat wervelkolomafwijkingen kunnen optreden.

Een regelmatig voorkomende kwaal bij de Basset is ectropion, een afwijking van het onderste ooglid, waardoor deze te ver uitzakt en het bindvlies en het hoornvlies niet meer goed beschermd worden. Een chronische irritatie en zelfs hoornvliesbeschadigingen kunnen het gevolg zijn. Helaas wordt dit in de hand gewerkt door de omschrijving in de rasstandaard: 'het bindvlies van het onderste ooglid is zichtbaar maar niet overdreven'.

Wees voorzichtig met teveel activiteit vlak na het eten, want ook bij de Basset Hound komen maagtorsies voor. Overigens is het raadzaam om spaarzaam te voeren, want veel exemplaren hebben de neiging tot vetzucht.

Begin jaren negentig is bij de Basset Hound het Persistent Mullerian Duct Syndrome (PMDS) geconstateerd. Deze erfelijke afwijking, welke ook voorkomt bij : varkens, andere hondenrassen en de mens is een afwijking van de inwendige geslachtsorganen. Bij exemplaren met PMDS is het onderste, grotendeels uitwendige deel van de geslachtsorganen (penis balzak en prostaat) volstrekt normaal. Ook de mannelijk inwendige geslachtsorganen (teelballen, zaadleiders en zaadblaasjes) zijn compleet aanwezig. Maar er is tevens een baarmoeder, met daaraan het bovendeel van de vagina, gevormd. Er is echter geen eierstokweefsel. Hierdoor is er geen sprake van hermafroditisme (tweeslachtigheid), maar van pseudo-hermafroditisme. Het bovendeel van de vagina is niet, zoals bij vrouwelijke individuen, aangesloten op het onderste deel van de vagina, maar 'gemonteerd' op de prostaat. Het onderste deel van de vagina ontbreekt. Uitwendig zijn er dus absoluut geen afwijkingen te constateren.

PMDS vererft autosomaal recessief en geslachtsbeperkt. Dit betekent dat de erfelijke fout niet ligt op de geslachtschromosomen, maar op een paar autosomale chromosomen. De hond heeft 38 paar van deze twee aan twee gelijke chromosomen (dragers van de erfelijke eigenschappen). Alleen als bij reuen de code op beide gelijke chromosomen fout is, ontstaat PMDS. De afwijking treedt dus alleen op als zowel van de vader als van de moeder de fout wordt geërfd. Dit heet recessieve vererving. Reuen die de fout maar éénmaal hebben, hebben geen PMDS, maar kunnen de fout wel doorgeven aan hun nageslacht. Deze reuen worden drager genoemd. Bij teven kan de foute code niet aan het licht komen. Daarom heeft de vererving geslachtsbeperkt. Teven die de fout één keer hebben zijn ook drager. Hebben ze de fout tweemaal dan zijn ze dubbeldrager.

Eén- of tweezijdig cryptorchisme (het niet ingedaald zijn van een of twee teelballen in de balzak) komt vaak voor bij honden met PMDS. Omdat de zaadleiders vergroeid zijn met de baarmoederhoornen, passeren de testikels moeilijk het lieskanaal.

Vanwege de verbinding met de urinewegen kan de baarmoeder ontstoken raken. De chronische baarmoeder- en blaasontsteking komt na behandeling steeds terug, omdat de antibiotica de stilstaande urine in de baarmoeder niet bereiken.

Bij ongeveer de helft van de gevallen treedt de eerste jaren geen merkbare ontsteking op. Toch worden deze reuen vaak infertiel (onvruchtbaar) en hebben ze later meer kans op testistumor.

Mits door experts uitgevoerd, kan PMDS door echografie worden aangetoond. In geval van ontsteking worden baarmoeder, zaadleiders en teelballen verwijderd.