De kortbenigheid van de
Basset Hound wordt veroorzaakt door een afwijking in het kraakbeen, dat bekend staat onder
de naam chondrodysplasie. Hierbij valt het gen dat voor normale groei van de beenderen
zorgt uit. Een gevolg hiervan is dat de kwaliteit van de tussenwervelschijven minder is
dan bij normaalbenige honden, zodat wervelkolomafwijkingen kunnen
optreden.
Een regelmatig
voorkomende kwaal bij de Basset is ectropion, een afwijking van het onderste ooglid,
waardoor deze te ver uitzakt en het bindvlies en het hoornvlies niet meer goed beschermd
worden. Een chronische irritatie en zelfs hoornvliesbeschadigingen kunnen het gevolg zijn.
Helaas wordt dit in de hand gewerkt door de omschrijving in de rasstandaard: 'het
bindvlies van het onderste ooglid is zichtbaar maar niet overdreven'.
Wees voorzichtig met
teveel activiteit vlak na het eten, want ook bij de Basset Hound komen maagtorsies voor.
Overigens is het raadzaam om spaarzaam te voeren, want veel exemplaren hebben de neiging
tot vetzucht.
Begin jaren negentig is
bij de Basset Hound het Persistent Mullerian Duct Syndrome (PMDS) geconstateerd. Deze
erfelijke afwijking, welke ook voorkomt bij : varkens, andere hondenrassen en de mens is
een afwijking van de inwendige geslachtsorganen. Bij exemplaren met PMDS is het onderste,
grotendeels uitwendige deel van de geslachtsorganen (penis balzak en prostaat) volstrekt
normaal. Ook de mannelijk inwendige geslachtsorganen (teelballen, zaadleiders en
zaadblaasjes) zijn compleet aanwezig. Maar er is tevens een baarmoeder, met daaraan het
bovendeel van de vagina, gevormd. Er is echter geen eierstokweefsel. Hierdoor is er geen
sprake van hermafroditisme (tweeslachtigheid), maar van pseudo-hermafroditisme. Het
bovendeel van de vagina is niet, zoals bij vrouwelijke individuen, aangesloten op het
onderste deel van de vagina, maar 'gemonteerd' op de prostaat. Het onderste deel van de
vagina ontbreekt. Uitwendig zijn er dus absoluut geen afwijkingen te
constateren.
PMDS vererft autosomaal
recessief en geslachtsbeperkt. Dit betekent dat de erfelijke fout niet ligt op de
geslachtschromosomen, maar op een paar autosomale chromosomen. De hond heeft 38 paar van
deze twee aan twee gelijke chromosomen (dragers van de erfelijke eigenschappen). Alleen
als bij reuen de code op beide gelijke chromosomen fout is, ontstaat PMDS. De afwijking
treedt dus alleen op als zowel van de vader als van de moeder de fout wordt geërfd. Dit
heet recessieve vererving. Reuen die de fout maar éénmaal hebben, hebben geen PMDS, maar
kunnen de fout wel doorgeven aan hun nageslacht. Deze reuen worden drager genoemd. Bij
teven kan de foute code niet aan het licht komen. Daarom heeft de vererving
geslachtsbeperkt. Teven die de fout één keer hebben zijn ook drager. Hebben ze de fout
tweemaal dan zijn ze dubbeldrager.
Eén- of tweezijdig
cryptorchisme (het niet ingedaald zijn van een of twee teelballen in de balzak) komt vaak
voor bij honden met PMDS. Omdat de zaadleiders vergroeid zijn met de baarmoederhoornen,
passeren de testikels moeilijk het lieskanaal.
Vanwege de verbinding
met de urinewegen kan de baarmoeder ontstoken raken. De chronische baarmoeder- en
blaasontsteking komt na behandeling steeds terug, omdat de antibiotica de stilstaande
urine in de baarmoeder niet bereiken.
Bij ongeveer de helft
van de gevallen treedt de eerste jaren geen merkbare ontsteking op. Toch worden deze reuen
vaak infertiel (onvruchtbaar) en hebben ze later meer kans op
testistumor.
Mits door experts
uitgevoerd, kan PMDS door echografie worden aangetoond. In geval van ontsteking worden
baarmoeder, zaadleiders en teelballen verwijderd.