De oorsprong van de Basset Hound moet,
ondanks zijn Engels klinkende naam, niet in Groot Brittannië maar in Frankrijk worden
gezocht. Daar werden al heel lang laagbenige brakken gehouden voor de jacht op klein wild.
Met name de adel hield zich daarmee, bij wijze van sport, intensief bezig. Speciaal voor
dit doel werd er geselecteerd op honden met kortere poten, zodat ze beter bij te houden
waren. "Bas" betekent "laag" in het Frans, en Basset was dan ook de
naam die men hanteerde voor laagbenige brakken. In Engeland staat de brak echter bekend al
"Hound" en door het samentrekken van deze twee benamingen is de naam Basset
Hound ontstaan.
De directe voorvader van de Basset
Hound is de Basset Artésien Normand, toentertijd beter bekend onder de naam Basset
d'Artois. De eerste Franse importen van Bassets vonden plaats in 1867 door Lord Galway,
die een reu en een teef kocht en daar enige jaren later een nest mee fokte. In 1874
importeerde ook sir Everett Millais een Basset uit Frankrijk. Aanvankelijk paarde hij deze
reu, Model genaamd, aan een Beagle. In de eerste plaats omdat hij vond dat deze
honden voldoende overeenkomsten bezaten en in de tweede plaats omdat hij in onwetendheid
verkeerde over het feit dat er meerdere Basset Hounds in Engeland aanwezig waren. De teven
die uit deze paring voortkwamen kruiste hij terug op de vaderhond Model. Met behulp van de
honden van Lord Onslow, die de Bassets van Lord Galway had overgenomen, legde Millais zich
later echter uitsluitend toe op het fokken van raszuivere Bassets. De fokbasis was echter
heel erg smal en vele jaren van inteelt eiste hun tol. Er ontstonden kleine honden die
steeds vaker te kampen hadden met problemen als onvruchtbaarheid, een zwak beendergestel
en een slechte weerstand. Om hier verbetering in te brengen besloot Everett Millais tot
een ongebruikelijke outcross: er werd een Bloedhond gebruikt om de gezondheid te
verstevigen en het ras te verbeteren. De nakomelingen hiervan werden weer teruggepaard aan
raszuivere Basset Hounds en na enkele generaties waren de honden niet meer te
onderscheiden van de oorspronkelijke Basset Hounds.
Met het verstrijken van de jaren
verschoof het accent bij de basset van de jacht naar het showen en, zoals zo vaak gebeurt,
ontstonden er daardoor twee verschillende typen honden; het lichtere, sportieve type,
geschikt om mee te werken, en het zwaardere, dat uitsluitend op het schoonheidsaspect werd
geselecteerd.
Toen het uiteindelijk tot een
officiële rasstandaard kwam, werd er in eerste instantie tot een Amerikaanse standaard
besloten, omdat Amerika het land was waar de Basset Hound het snelst aan populariteit won.
De Fédération Cynologique Internationale besloot daar echter in 1987 een stokje voor te
steken. Zij kwam tot de conclusie dat de honden van Britse herkomst waren en als zodanig
ook de Britse standaard gevolgd diende te worden. Voor de Basset Hounds kwam het
besluit waarschijnlijk als een zege, daar de Amerikaanse standaard meer gebaseerd was op
de Basset Hound als gezelschapshond, waarbij er tot overdijving van de lichamelijke
kenmerken van de hond werd geneigd. De Britten gingen van het standpunt uit dat de Basset
een jachthond was, als gevolg waarvan de Basset lichter en atletischer van bouw moest
zijn. Wat heb je tenslotte aan aan jager op konijnen, als hij nog niet eens in staat is
een egel in te halen ?
Ofschoon de eerste Basset Hound Club al
in 1884 werd opgericht, werd deze vereniging in 1921 weer ontbonden. Het duurde tot 1954
voor men in London opnieuw tot het oprichten van een Basset Hound Club kwam. Hierna nam de
populatiteit van de Basset een behoorlijke vlucht. Werden er in 1950 slechts twaalf honden
in het stamboek van de
Britse Kennel Club
ingeschreven, in 1976 was dit aantal opgelopen tot 1687 honden. Ook in ons land is de
Basset Hound geen onbekende verschijning meer, al heeft hij hier bij het gewone publiek en
dankzij de reclame van een schoenenfabrikant, jarenlang bekend gestaan als "Hush
Puppy". De
Nederlandse Basset Hound Club,
opgericht in 1983, waakt over het Basset Hound bestand in Nederland.