Alleen al het zien van een Basset Hound maakt
vrolijk. De verdrietige Droopy-uitdrukking, gepaard aan een bek die lijkt te lachen en al
het losse geflobber van vellen en oren heeft iets speciaals, wat het moeilijk maakt
ernstig te blijven als een Basset op je afstormt. De Basset Hound is een behoorlijk zware
hond in verhouding tot zijn schouderhoogte van 33 tot 38 cm. Eigenlijk is het een grote
hond, maar dan op korte poten. Toch mag hij niet overdreven zwaar zijn; een gewicht van
zevenenwintig (teven) tot vijfendertig (reuen) kilo is net goed. De bijzettafeltjes die je
soms ziet rondstrompelen zijn uitsluitend het gevolg van veel te veel en te vaak verkeerd
voeren door mensen die vet verwarren met stevigheid. Het is belangrijk dat de Basset Hound
zich kan bewegen en met een tiental kilo's overtollig lichaamsgewicht wordt dat met die
korte poten een hele toer.
Volgens de standaard is de Basset Hound een
"laagbenige hond van aanzienlijke substantie, evenwichtig gebouwd en met veel adel en
een matige losse huid".
De vacht is kort en glad en komt meestal voor in de
kleuren zwart, wit en bruin (driekleur) of de tweekleur: rood en wit. Alle andere erkende
brakkenkleuren zijn echter toegestaan.
De opvallendste kenmerken aan het hoofd zijn de zeer
lange oren, de geprononceerde achterhoofdsknobbel en de treurige ogen. Het meest typerende
aan zijn lichaam zijn de korte, stevige poten met grote voeten, die slobkousen van
afzakkend vel lijken te hebben.